De liefde van Amaryllis

Amaryllis was een boerenmeisje van gewone komaf, maar ze was uniek in haar zijn. Ze bezat betoverende donkerbruine krullen en liep alsof ze danste. Amaryllis woonde in het dal van een Zuid-Amerikaanse bergketen en maakte dagelijks een wandeling en plukt ze bloemen. Op een dag ontmoet ze de schaapherder Alteo. Ze was op slag verliefd op de grote stoere man met zijn zongebruinde huid. Alteo heeft echter alleen maar oog voor de bloemen die ze geplukt heeft. ‘De vrouw die mij een nieuwe en onbekende bloem brengt, schenk ik mijn liefde,’ deelt hij Amaryllis mee. Met een gebroken hart keert Amaryllis naar huis. Ze is ten einde raad en vraagt hulp aan een Orakel. Die vertelt haar dat ze een gouden pijl uit de boogtas van de engel Gabriël moest stelen in de Kerk van Santa Pedro en deze in de grond te steken voor de hut van hut van Alteo. Amaryllis doet wat haar is opgedragen en die avond loopt ze naar Alteo’s hut. Ze steekt de pijl vastberaden in de grond. Maar er gebeurt niets.

Als ze de volgende ochtend voor de hut wakker wordt pronkt er op die plek waar de pijl stond een wijd open bloemkelk op een zware, stevige stengel. Ze plukt de bloem en roept: ‘Alteo, ik heb een nieuwe bloem voor je!’ Alteo opent de deur, ziet de wonderschone bloem met haar fluweelzachte bloembladeren en knielt voor Amaryllis neer. Hij noemt de bloem naar het boerenmeisje waarmee hij de rest van zijn leven zal delen.